Er zijn twee manieren om indexaties toe te passen binnen een fietslease.
Voorbeeld: een medewerker met een bruto maandloon van 3.000 euro ruilt 200 euro per maand in voor een fietslease. Er wordt een indexatie van 2% toegepast.
1. Indexatie op het leasebedrag onmiddellijk toepassen op het brutoloon
Zowel het actuele bruto maandloon (2.800 euro) als het bedrag van de loonruil (200 euro) worden geïndexeerd. De indexatie wordt dus berekend op het oorspronkelijke loon van 3.000 euro.
- Oorspronkelijk loon: 3.000 euro
- Indexatie: 2% = 60 euro
- Nieuw bruto maandloon tijdens de lease: 2.800 + 60 = 2.860 euro
Na afloop van de lease wordt het bedrag van de loonruil (200 euro) opnieuw toegevoegd aan het brutoloon.
2. Indexatie op het leasebedrag pas toepassen bij het einde van het leasecontract
Enkel het effectieve bruto maandloon (2.800 euro) wordt tijdens de lease geïndexeerd. De indexatie op het ingeruilde leasebedrag (200 euro) wordt achterliggend bijgehouden.
- Bruto maandloon tijdens de lease: 2.800 + 2% = 2.856 euro
- De indexatie op de loonruil bedraagt: 200 + 2% = 204 euro
Na afloop van de lease wordt 204 euro toegevoegd aan het brutoloon in plaats van de oorspronkelijke 200 euro.
Het is aan te raden de gekozen methode duidelijk op te nemen in de fietsleasepolicy op ondernemingsniveau, zodat hierover geen discussie of onduidelijkheid kan ontstaan bij toekomstige indexaties