Wanneer een werknemer die een fiets lease via bruto loonruil zijn tewerkstellingsbreuk wijzigt, heeft dit ook een impact op de bruto inhouding voor de fietslease.
Voorbeeld: een voltijdse medewerker met een bruto maandloon van 3.000 euro ruilt maandelijks 200 euro bruto loon in voor een fietslease. Het bruto maandloon bedraagt hierdoor nog 2.800 euro.
Wanneer deze werknemer vervolgens 4/5 gaat werken (30,4/38), zijn er twee mogelijke berekeningswijzen.
1. Loonruil wordt proportioneel verminderd
Het huidige bruto maandloon van 2.800 euro wordt pro rata herberekend volgens de nieuwe tewerkstellingsbreuk:
2.800 euro / 38 uur × 30,4 uur = 2.240 euro deeltijds bruto maandloon
Bij deze methode wordt ook het fietsleasebedrag proportioneel verminderd. De werknemer draagt daardoor nog slechts 160 euro per maand bij in plaats van de oorspronkelijk afgesproken 200 euro.
2. Oorspronkelijke loonruil blijft behouden
Eerst wordt teruggegaan naar het oorspronkelijke loon zonder fietslease: 3.000 euro ÷ 38 uur × 30,4 uur = 2.400 euro bruto maandloon
Vervolgens wordt het volledige fietsleasebedrag van 200 euro ingehouden: 2.400 euro - 200 euro = 2.200 euro deeltijds bruto maandloon
Bij deze methode blijft de afgesproken bijdrage voor de fietslease behouden, ongeacht de vermindering van de tewerkstellingsbreuk.
Indien de onderneming wenst dat de oorspronkelijke bruto loonruil behouden blijft bij een wijziging van de tewerkstellingsbreuk (optie 2), wordt dit best expliciet opgenomen in de fietsleasepolicy.
Vermeld daarbij ook duidelijk dat, indien de vermindering van de tewerkstellingsbreuk ertoe leidt dat er onvoldoende bruto loon boven het toepasselijke barema overblijft om de fietslease volledig via loonruil te financieren, het resterende bedrag rechtstreeks aan de werknemer kan worden gefactureerd. Dit voorkomt onduidelijkheden en discussies achteraf